Voorouderlijke sporen is een project van Stichting Pelita en in samenwerking met de LV-INOG en de Moesson.
Treed in de voetsporen van je ouders of voorouders en volg hun spoor terug naar Nederlands-Indië. De website Voorouderlijke Sporen wil het verleden toegankelijker maken.
In de rubriek Collectieve Sporen kun je de algemene geschiedenis verkennen van de verschillende Indische migrantengroepen, waaronder de Indo-Europeanen, Molukkers en Belanda totoks of Nederlanders.
De familiegeschiedenis komt aan bod in de rubriek Voorouderlijke Sporen. Er is een stappenplan dat hulp biedt in het voorouderonderzoek. En in de video clips vertelt een aantal personen over hun zoektocht. De website kan gebruikt worden voor persoonlijke en educatieve doeleinden.

Bij de eerste generatie leeft het verleden in Indië nog altijd voort in herinneringen en deze worden in beeld-, verhaalvorm of via de opvoeding overgedragen op hun kinderen. Het voorouderlijk verleden markeert voor een deel wie je nu bent. De zoektocht naar je voorouderlijk verleden, je herkomst is meestal ook een zoektocht naar je identiteit. Deze zoektocht levert daarbij niet alleen objectieve informatie op, maar is tevens een emotionele reis door de tijd. In deze rubriek worden twee thema's behandeld: het begrip identiteit en de mogelijke (emotionele) invloeden van voorouderonderzoek.


Onder de nazaten van migrantengroepen uit voormalig Nederlands-Indië en Nederlands Nieuw-Guinea is een groeiende behoefte geconstateerd aan informatie over hun voorouders en over het tijdperk waarin die leefden. Het speurwerk naar het verleden blijkt voor velen nog een hele opgave te zijn. Dit geldt zeker als de eerste generatie niet (meer) of niet adequaat geraadpleegd kan worden. Daarnaast maken de enorme hoeveelheid in binnen- en buitenland verspreid liggende informatiebronnen het zoeken er ook niet gemakkelijker op. Bovendien blijkt de drempel om naar een archiefinstelling te gaan voor een groot aantal personen te hoog.
Stichting Pelita wil deze groep van de tweede en nakomende generaties helpen in hun zoektocht naar de voorouderlijke sporen uit het verleden. Dit terrein van de geschiedenis is niet geheel vreemd voor Pelita. Sinds haar oprichting heeft Pelita veel kennis opgebouwd over de invloed van het verleden op het heden en de rol van het verleden als instrument bij de hulpverlening. In het project Voorouderlijke Sporen kwam de reconstructie, het uitzoeken van familiegeschiedenis en de koppeling daarvan aan de collectieve geschiedenis, centraal te staan. Op deze manier wil Stichting Pelita een bijdrage leveren aan de identiteitsversterking van de doelgroep. Voorouderlijke Sporen heeft twee instrumenten ontwikkeld – een workshopserie en een website – die de zoektocht naar het verleden toegankelijker moeten maken. Hoewel Voorouderlijke Sporen met name is bedoeld voor de tweede generatie is de website voor een breder publiek interessant. Ook kan de website gebruikt worden door scholen en niet-Indische hulpverlenende instanties. Het project werd financieel mogelijk gemaakt door de Stichting ‘Het Gebaar’.
Het project Voorouderlijke Sporen werd ontwikkeld en uitgevoerd door Selina Haledo. Zij werd ondersteund door een klankbordgroep, die bestond uit Hedwig Verburg (werkgroep Indische Na-Oorlogse Generatie ( INOG), Jan van Stuyvenberg (INOG en projectleider Gebaarproject Handreiking voor kinderen van een Japanse of Koreaanse vader), Wim Manuhutu (ex-directeur Museum Maluku), Fridus Steijlen (projectleider Gebaarproject Het Indisch Knooppunt en onderzoeker bij het KITLV), Margaret Leidelmeijer (coördinator Gebaarproject Afscheid van Indië bij het Nationaal Archief), Arjaan Hijmans van de Bergh (beleidsmedewerker Religie en identiteitsvraagstukken van Forum Instituut voor Muliticulturele Ontwikkeling), Nico Papilaja (coördinator Sociale Dienstverlening Stichting Pelita) en Jessica Baro (op persoonlijke titel). Voor de workshopserie en de website werd samengewerkt met Pelita-collega’s Marja Ormeling, Eugène Geisler, Josefien Sjoerds en Hans van der Hoeven.

Onder de nazaten van migrantengroepen uit voormalig Nederlands-Indië en Nederlands Nieuw-Guinea is een groeiende behoefte geconstateerd aan informatie.