Informatie Extra Informatie

Extra Informatie

Vaststellen van verwantschap

De genealogie gaat uit van de juridische verwantschap: wie zijn de wettige vader en moeder van een kind. Deze wettige afstamming valt vaak - maar niet altijd - samen met de biologische afstamming. De juridische moeder zal bijna altijd dezelfde zijn als de biologische moeder. De echtgenoot van de moeder is in principe de wettige vader van het kind. In biologische zin is de vrouwelijke lijn het meest zeker, de mannelijke lijn het meest onzeker.

Zeven tips vooraf

Hier vindt u zeven nuttige tips voor een goede start van uw stamboomonderzoek:
  1. Zoek gericht
    Maak in een vroeg stadium een keuze voor een van de onderzoekvormen om te voorkomen dat u door de hoeveelheid informatie het spoor bijster raakt.
  2. Werk stap voor stap terug in de tijd
    Volg het spoor van de ene concrete aanwijzing naar de andere en let erop dat elk stukje van de puzzel klopt.
  3. Noteer zorgvuldig wat u heeft gevonden
    Voor het vastleggen van gegevens is een goede familieadministratie onmisbaar.
  4. Maak gebruik van de kennis van anderen
    Er zijn veel genealogische verenigingen en werkgroepen in ons land waar veel deskundigheid is op het gebied van genealogie en (streek)geschiedenis.
  5. Wees kritisch op wat u vindt
    Genealogie is en blijft echter mensenwerk. Neem daarom gegevens van anderen niet klakkeloos over, maar controleer ze aan de hand van de originele archiefbronnen.
  6. Lees zoveel mogelijk over de periode en de omgeving waarin u zoekt
    Daarmee plaatst u niet alleen uw familiegeschiedenis in een bredere context, u stuit misschien ook op bronnen en archieven die u nog niet kent.
  7. Houd er rekening mee dat namen niet altijd vastliggen
    Naarmate het onderzoek terug in de tijd vordert zult u merken dat namen soms anders worden geschreven en zelfs dat er in bepaalde streken geen vaste familienamen werden gebruikt.

Onderzoekvormen

Genealogisch onderzoek of stamboomonderzoek is een verzamelnaam voor verschillende vormen van onderzoek. Omdat u in korte tijd al veel gegevens zult verzamelen is het goed om vooraf te bedenken wat u te weten wilt komen en daar de bijpassende onderzoekvorm bij te kiezen.

Stamreeks en kwartierstaat

Om de herkomst van de familienaam te weten, volgt u het beste het spoor terug via uw ouders, de ouders van uw vader, de ouders van uw grootvader van vaderszijde enzovoort. Zo vindt u de voorvader die als eerste de familienaam gebruikte. U volgt de rechte mannelijke lijn en vormt zo een 'stamreeks'. De oudst bekende voorvader is de 'stamvader'. Bij een 'kwartierstaat' verzamelt u gegevens van uw ouders, grootouders, overgrootouders enzovoort. Met elke generatie verdubbelt het aantal voorouders. De persoon van wie de kwartierstaat wordt gemaakt heet 'proband'. Zowel bij de stamreeks als de kwartierstaat werkt u terug in de tijd en volgt u de opgaande lijn.

Genealogie en parenteel De genealogie en de parenteel volgen vanuit het verleden de dalende lijn naar het heden. In een 'genealogie' staan alle personen, die in mannelijke lijn afstammen van de stamvader uit uw stamreeks. U zoekt alle gegevens van zijn gezin, maar vervolgt het onderzoek alleen met zijn zoons. Van hun gezinnen verzamelt u ook weer alle gegevens, maar gaat u alleen verder met hun zoons. Wilt u de nakomelingen van uw stamvader in mannelijke én in vrouwelijke lijn weten, dan maakt u een 'parenteel'. U zoekt dan gezinsgegevens van zowel zoons als dochters, vervolgens van hun zoons en dochters enzovoort.

Nummeringsystemen en symbolen

In een stamreeks, kwartierstaat, genealogie en parenteel krijgen personen een nummer volgens een bepaald systeem.

  • Stamreeks
    In een stamreeks worden de opeenvolgende generaties aangeduid met Romeinse cijfers (I, II, III). De stamvader krijgt het cijfer I, zijn zoon II, zijn kleinzoon III enzovoort.
  • Genealogie en parenteel
    Dat systeem wordt in een genealogie of parenteel verfijnd door de kinderen van de stamvader in volgorde van geboorte de cijfers 1, 2, 3 enzovoort te geven. Kinderen met nageslacht krijgen een generatienummer, gevolgd door kleine letters a, b, c enzovoort.
  • Kwartierstaat
    Bij kwartierstaten wordt het 'systeem-Kekule' het meest gebruikt. De 'proband' (de persoon van wie de kwartierstaat wordt opgesteld) krijgt nummer 1 en zijn of haar vader en moeder respectievelijk nummer 2 en 3. De ouders van de vader krijgen de nummers 4 en 5, die van de moeder 6 en 7. Mannen hebben altijd een even nummer (behalve de mannelijke proband), vrouwen een oneven nummer. U kunt kwartierstaatnummers eenvoudig berekenen op basis van het nummer van het kind (k): de vader heeft als nummer kx2, de moeder (kx2)+1. Heeft het kind nummer 231 dan heeft zijn vader nummer 462 en zijn moeder 463.
  • Symbolen
    Voor het aanduiden van de levensfeiten worden vaak de volgende symbolen gebruikt:

    *          geboren
    ~         gedoopt
    ∞ of x  getrouwd
    o/o      gescheiden
    †         overleden
    □         begraven

Stap 1: gegevens thuis zoeken

Genealogisch onderzoek begint thuis met het verzamelen van gegevens uit trouwboekjes, paspoorten, geboortekaartjes, huwelijksaankondigingen, rouwbrieven en dergelijke. Zo stelt u een raamwerk samen met de namen en data van ouders, grootouders en hun verdere verwanten. Veel leuker wordt het natuurlijk om meer informatie over de gevonden personen te vergaren. Waar woonden zij, hoe leefden zij en wat deden zij voor de kost? Ga hiervoor te rade bij (oudere) familieleden die hen nog gekend hebben. Namen en data hoeven niet altijd juist te zijn, maar gesprekken met familieleden leveren vaak gegevens op die 'later' niet meer te achterhalen zijn. Voor het schrijven van een familiegeschiedenis is dit een uitermate belangrijke fase.

Stap 2: bezoek aan het CBG

In een volgende fase kunt u nagaan of er bij ons informatie beschikbaar is over de familie waar uw belangstelling naar uitgaat. daarvoor kunt u alvast onze online catalogus ('zoeken in catalogus' rechtsboven op deze pagina) raadplegen. Een aantal gedigitaliseerde collecties kunt u thuis raadpegen in onze digitale studiezaal. Voor de overige verzamelingen moet u een bezoek brengen aan onze &M#396#. Klik op collecties voor een beschrijving van onze verzamelingen. Ook de handleiding voor onderzoeksgids centraal bureau voor genealogie geeft u een goede indruk van wat wij u te bieden hebben.

Stap 3: verder onderzoek

Nu volgt een derde fase, die van het eigenlijke onderzoek. Zo'n onderzoek begint veelal met het aanvragen van uittreksels van persoonskaarten en persoonslijsten bij ons bureau. Persoonskaarten (en persoonslijsten) bevatten gegevens waarmee u het spoor terug in de tijd kunt volgen, in registers van de burgerlijke stand en de bevolkingsregisters. Naarmate het onderzoek vordert komen ook kerkelijke registers, rechterlijke en notariële archieven, belasting- en migratiebronnen voor onderzoek in aanmerking.

Zulke bronnen worden in de meeste gevallen bewaard in de verschillende archiefbewaarplaatsen van ons land. Op internet zijn veel indices op deze genealogische bronnen te vinden en in steeds meer gevallen kunt u de bron ook online bekijken.

Contact Info

  • Voorouderlijke Sporen
  • Informatie: info@voorouderlijkesporen.nl
  • Helpdesk: service@voorouderlijkesporen.nl
  • Tech.: webmaster@voorouderlijkesporen.nl
  • Tel.: 070-3305111 of 035-6839579
  • Contact Info St. Pelita

  • Stichting Pelita
  • p/a Voorouderlijke Sporen
  • Javastraat 52
  • 2585 AR Den Haag
  • 070-3305111
  • Contact Info LV-INOG

  • Landelijke Vereniging INOG
  • Postbus 1534
  • 1200 BM Hilversum
  • tel.: 035-6839579
  • email: info@inog.org